Gewoon lekker bewegen

Gewoon lekker bewegen

Interview met Martinette Janmaat en Toon Lobach

tekst: mirjam van der linden
FOTO’s: Sacha grootjans

Ze ontmoeten elkaar in het kader van 60 jaar Nederlands Dans Theater: Martinette Janmaat en Toon Lobach, de oudste en jongste generatie NDT-dansers.

Een hete middag eind juni. Aan het Spui in Den Haag staat het achterste deel van het Lucent Danstheater, met de studio’s van Nederlands Dans Theater (NDT), nog overeind, hoewel steeds meer in de schaduw van het in aanbouw zijnde OCC, het Onderwijs en Cultuurcomplex. Martinette ‘Pietje’ Janmaat (80), NDT-danseres van het eerste uur en lange tijd artistiek leider van de opleiding Moderne Theaterdans in Amsterdam, vindt het een groot verlies. ‘Het Lucent Danstheater van Rem Koolhaas was uniek: het eerste theater ter wereld speciaal gebouwd voor dans.’

De jonge danser met wie ze even later om tafel zit, Toon Lobach (21), heeft toevallig net een rondleiding door het kolossale project gehad. ‘Cool.’ In 2017 kreeg hij een contract bij NDT 2, de springplankgroep van het gezelschap. Bijna 60 jaar scheelt hij met Martinette, net zo lang als dat NDT dit jaar bestaat. NDT is opgericht door dansers, een rebellenclubje bij het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell, die in 1961 de eerste artistiek leider van Het Nationale Ballet werd. De Nederlandse dans stond in de kinderschoenen. Als we 1959 en 2019 vergelijken, is er veel veranderd. Maar ook weer niet alles.

Jullie kennen elkaar niet. Toon, wat valt je op als je deze zwart-witfoto uit 1960 ziet, van Martinette in Rooms van Anna Sokolow? En Martinette, wat zie jij als je Toon hier op video ziet dansen in een ballet van Johan Inger?
Toon: ‘Jullie dansten op een houten vloer?!’
Martinette: ‘Ja, ik had de splinters in m’n kont. De eerste twee jaren kreeg NDT nog geen subsidie en we repeteerden overal en nergens in Den Haag. Aanvankelijk ’s avonds, in het geniep, want we stonden nog onder contract bij Gaskell. Met Sokolow werkten we in een leegstaande kerk aan de Bazarlaan. Met oude decorstukken van de Haagsche Comedie en een potkachel kregen we die ruimte een beetje warm. Sokolow was heel intens, heel expressief. ‘Ik wil je hals zien, niet je gezicht!’, riep ze dan. Als ik naar jou kijk Toon, zie ik een lichaam met veel mogelijkheden en een volwassen danser: gegrond, geaard, niet te licht.’

Toon Lobach en Fay van Baar in 'Signing Off' (2003) van Sol León en Paul Lightfoot, 2018. Foto: Rahi Rezvani

Toon: ‘Wow, het is de eerste keer dat iemand me dat compliment geeft. Deze solo lag me ook goed. De bewegingen voelen natuurlijk en laten veel ruimte voor eigen invulling. Dat vind ik fijn. Daarom ben ik danser geworden. Ik zat op turnen en een musicalschool toen ik in 2013 met mijn moeder een voorstelling van NDT 1 zag. School of Thought van Paul Lightfoot en Sol León. Dat wilde ik ook, die vrijheid van bewegen doordat je lichaam alles kan. Maar ik wilde niet naar de Nationale Balletacademie; ballet: bah. Ik had er ook niet de uitdraai voor. Tijdens het gymnasium deed ik de 5 O’Clock Class in Amsterdam. Daar leer je allerlei hedendaagse technieken en stijlen. En tot slot toch nog een jaartje Nationale Balletacademie om mijn techniek een boost te geven, want die heb je nodig bij NDT.’
Martinette: ‘Ik herken wat Toon zegt. Gewoon lekker bewegen, dat was ook mijn drijfveer. In de oorlog werkte mijn zus bij een tandarts in Rotterdam en daar kwam balletpedagoog Netty van der Valk als patiënt. ‘Kan mijn kleine beweeglijke zusje niet bij u op les?’ Zo ben ik op m’n tiende begonnen. Het was een amateurschool die serieus aan techniek deed. Van daaruit auditie gedaan bij Gaskell – er waren nog geen academies – en vervolgens meegevraagd naar NDT. Ik ben geen grote rebel, maar houd wel van pionieren.’

Gewoon lekker bewegen, dat was ook mijn drijfveer.

Martinette Janmaat
Martinette Janmaat (rechts vooraan) in 'Rooms' van Anna Sokolow (links), 1960. Foto: Hans van den Busken

Hoe was jullie beider NDT-debuut?
Martinette: ‘In onze programma’s zat altijd een klassieke pas de deux – daar kende het publiek onze sterdansers Marianne Hilarides en Jaap Flier van – en modern werk. In het openingsprogramma van NDT was dat onder andere Feestgericht van Hans van Manen. Hans woonde toen nog in Parijs. Voor jonge meiden als ik was het een heerlijk stuk. Slappe balletschoenen en een sensueel onderbuikgevoel. Ik heb ons nog wel eens op film teruggezien en vond toen dat we nogal overdreven dansten. Dansers nu dansen onderkoelder, neutraler.’

Toon: ‘Maar dat sexy gevoel van Hans herken ik absoluut, ook als man. Daar draait het allemaal om bij hem. Mijn debuut bij NDT 2 was SH-BOOM! van Sol León & Paul Lightfoot. Het was al maart, ik had het hele seizoen nog niets te doen gehad. Ik doe hier altijd alles of niks. Het was zes uur ’s avonds en opeens bleken er twee geblesseerden en moest ik het podium op. Een solo en een pas de deux. Maar dat meisje had ik zelfs nog nooit aangeraakt. Zo’n tien minuten hadden we om samen te oefenen. Bizar. Na die avond heb ik het stuk nog vaak mogen dansen.’
Martinette: ‘Dan heb je het dus goed gedaan.’

Waarom is NDT opgericht?
Martinette: ‘Bij Gaskell moest je als danser ’s ochtends vroeg komen en dan de hele dag afwachten of je iets te doen zou krijgen. Er was geen rooster. Dat leverde veel ergernis op. Ook waren veel dansers het zat om alleen maar repertoire te dansen. We wilden onze eigen creativiteit ontplooien. Nieuwe, andere stukken maken. In 1954 had Martha Graham (grondlegger van de moderne dans, red.) in Nederland opgetreden en dat had ons allemaal veranderd. Van haar komt die aardsheid die ik ook bij Toon zie.’
Toon: ‘Grappig genoeg heb ik nog nooit Graham-techniek gedaan. Op school kreeg ik op Limon en Cunningham gebaseerde lessen en veel urban dans, zoals hiphop. Urban is ook down to earth. Dat aardse is een kwaliteit die inmiddels ook gewoon in de genen van veel NDT-repertoire zit.’
Martinette: ‘En vergeet de invloed van Glen Tetley niet, ook een Amerikaan, net als Graham. Door hem ontdekte ik echt wat het is om ‘in je lijf te kruipen’. Klassiek voelt als een korset, bij modern begint iedere beweging in het centrum van je lijf en vloeit dan uit in je ledematen.’
Toon: ‘Onze balletles is ook niet strikt klassiek. Extreem perfecte posities zijn niet het doel. Je mag de vrijheid pakken, beweging in je houdingen brengen. Je rug meer gebruiken bijvoorbeeld.’
Martinette: ‘Benjamin Harkarvy (balletmeester en medeoprichter van NDT, red.) bracht die schwung al in onze balletles. Het grote verschil is dat jullie technisch virtuozer zijn. De techniek heeft zich in 60 jaar enorm ontwikkeld, mede dankzij de vele opleidingen die Nederland nu heeft en de internationale competitie. Toch mis ik vaak ook wel wat; het been gaat hup naast het oor, maar hoe kom je daar?’

Wat bijzonder om dit allemaal te horen als je weet wat een geolied instituut NDT nu is, met tournees wereldwijd en alle luxe.

Toon Lobach

Gaskell was niet makkelijk, maar het begin van NDT ook niet
Martinette: ‘Pas na twee jaar hadden we officieel een eigen plek, in de Boterwaag. Om geld binnen te krijgen, toerden we uitgebreid. Vooral in Nederland, Israël was ons eerste buitenlandse optreden. En dat met slechts zestien dansers en nauwelijks understudies. Ik weet nog goed dat er voor het eerst een fysiotherapeut langskwam. Daar had ik nog nooit van gehoord. Hij zat aan mijn lijf te frutten en ik dacht: waar gaat dat heen? Ik verdiende netto 163 gulden en 12,5 cent per maand, dat zou nu ongeveer 600 euro zijn, een habbekrats dus. Zelfgebreide maillots droeg ik en zelfgemaakte balletpakjes. We maakten vaak prutjes van gehakt, uien, knoflook en prei; die kostte maar 25 cent per kilo. En we aten veel yoghurt. De repetitieruimten maakten we zelf schoon. Na een voorstelling ging je op de fiets naar huis, taxikosten wilden we uitsparen voor het gezelschap. Mijn kamer was zo koud dat ik met een muts op sliep.’
Toon: ‘Wat bijzonder om dit allemaal te horen als je weet wat een geolied instituut NDT nu is, met tournees wereldwijd en alle luxe. En dan toch nog klagen. Want ons zwembad werkt niet meer, de sauna is weg en er is geen buitenruimte om even frisse lucht te happen. NDT-dansers worden betaald volgens een cao. In mijn eerste seizoen verdiende ik 2.360 euro bruto, als 19-jarige wist ik niet eens wat ik met zoveel geld moest. En we hebben fysiotherapie en mogelijkheden voor pilates en krachttraining in huis. Alleen dat laatste is een beetje een farce; het is goed om je lichaam ook op die manieren te trainen, maar wanneer? Je repeteert altijd. Zeker NDT 2 is schools, met weinig vrijheid.’

Het romantische beeld dat uit de begintijd oprijst; NDT als vernieuwende, hechte familie, hoe kloppend was dat beeld en wat is er nog van over?
Toon: ‘Ik zou graag zeggen dat dat familiegevoel er is, maar ik twijfel. Dansers jobhoppen vaak tegenwoordig. Ook binnen een begeerd gezelschap als NDT is de roulatie groot. Ben je net close met iemand, gaat ie weer weg. Zelf zou ik graag naar NDT 1 gaan, maar Batsheva in Tel Aviv van Ohad Naharin lijkt me ook fantastisch.’
Martinette: ‘Familie gaat misschien wat ver, maar hecht waren we zeker. En wij dansers bemoeiden ons ook met van alles, het kantoor van Carel Birnie (zakelijk leider en medeoprichter NDT, red.) liepen we regelmatig binnen. Toen Hans van Manen zich bij NDT zou aansluiten, wilde hij zijn vriendje uit Parijs meenemen, de danser Gérard Lemaître. Daarover is toen wel vergaderd. Maar in het creatieproces hadden we niet zoveel te zeggen. Improvisatie begon op te komen, maar het was toch de choreograaf die zei welke stapjes je moest zetten.’
Toon: ‘Wij hebben meer invloed denk ik, hoewel er nog steeds oldschool choreografen zijn. Er is een zeker spanningsveld: NDT brengt modern, eigentijds ballet en is tegelijkertijd een vrij ‘klassiek’ geleid gezelschap, met strikte regels en hiërarchieën.’
Martinette: ‘Meer openheid is precies wat ik de jubilaris gun en wens. Bij ons liepen andere kunstenaars gewoon in en uit, componisten als Louis Andriessen en Otto Ketting. In het nieuwe gebouw komen meerdere kunstinstellingen te wonen, misschien dat het ongedwongene, de inspiratie van de spontane ontmoeting, dan weer tot bloei komt. En Toon, ren niet te snel weg. Je leert ook van ervaring.’

Dit interview verscheen in het jubileumnummer van Dans Magazine, speciaal gewijd aan het zestigjarig bestaan van Nederlands Dans Theater.