Bring in the Dutch

Bring in the Dutch

Interview met Eric Blom en Joost van Hilten

tekst: astrid van leeuwen

De technische afdeling van Nederlands Dans Theater speelt een niet te onderschatten rol in de enorme successen die het gezelschap de afgelopen decennia boekte. Producties zijn, vaak tegelijkertijd, over de hele wereld te zien en dus is het een continue puzzel om alles in goede banen te leiden. Manager productie en techniek Eric Blom en productiecoördinator Joost van Hilten: ‘Soms is er al een set decors op weg naar het buitenland, terwijl het betreffende ballet hier nog in première moet gaan.’

Paniek! Het is zondagochtend, twee dagen voor het interview. Eric Blom ligt nog in bed, wanneer hij op zijn telefoon een appje hoort binnenkomen. ‘Een van onze technici stuurde een mailbericht van de KLM door: dat zijn vlucht naar Taiwan 24 uur van tevoren geannuleerd was. Op zo’n moment zit je rechtop in bed en druk je, in figuurlijke zin, de stopwatch in: hebben de andere technici hetzelfde bericht gehad? Ja! Dat betekent: alle registers opentrekken! Een andere rechtstreekse vlucht bleek voor de hele crew niet meer beschikbaar, maar binnen een uur hadden we ze alle negen op verschillende combinatievluchten geboekt staan.’ Blom haalt opgelucht adem: ‘Zojuist zijn de eerste twee in Taipei geland. Morgen is de bouwdag, de dag erna de eerste van vier voorstellingen.’ Kantje-boordverhalen: Eric Blom, manager productie en techniek van Nederlands Dans Theater, en Joost van Hilten, productiecoördinator, hebben er een schatkist vol van. Eric (57): ‘Het klinkt wellicht wat flauw of overdreven, maar horror stories doen zich bij ons aan de lopende band voor.’
Joost: ‘We kruipen dikwijls door het oog van de naald. Zoals vorig jaar, tijdens een tournee naar Zuid-Korea. Het bleek dat het schip met de zeecontainer, met daarin alle technische benodigdheden, vertraging had opgelopen en niet op tijd in Korea zou arriveren.’

Joost van Hilten (links) en Eric Blom (rechts). Foto: Sacha Grootjans

Eric: ‘Ik noem het weleens de Apollo 13: je ontvangt zo’n paniekbericht en op dat moment gaat de tijd lopen. Je móét zorgen dat je een oplossing vindt, dat je de bemanning, of in dit geval de vracht, veiligstelt. Dus: waar op het schip staat onze container precies, hoe hard vaart de boot, kan de container nog ergens worden afgeladen, hoe kan die over land vervoerd worden, welke papieren zijn nodig aan de grens, zijn er vervangende decors, kunnen we nog decors van andere gezelschappen lenen? Je onderzoekt in de kortst denkbare tijd alle opties.’ Joost: ‘Uiteindelijk is de container afgeladen in Hongkong en over land en vervolgens met een veerboot naar Korea verscheept.’ Eric: ‘Voor de invoer was wel weer een compleet nieuw document nodig, met een overzicht én foto’s van álles wat in de container zat.’ Joost, lachend: ‘Maar we hebben het gered. De container arriveerde nog nét op tijd.’

Het klinkt wellicht wat flauw of overdreven, maar horror stories doen zich bij ons aan de lopende band voor.

Eric Blom

Theater in de kerk
Als productiecoördinator is Joost van Hilten verantwoordelijk voor de technische realisatie van elke nieuwe NDT-productie. ‘Vanaf de schets op een servetje tot en met de première en de eerste optredens in andere steden. Ik houd me bezig met licht, geluid, decor, rekwisieten, special effects. Met budgetteren, aanbestedingen, de tijdslijn, met de benodigde materialen en de benodigde mensen, met coördineren en verbinden en met tal van praktische zaken, zoals: past alles straks wel in de vrachtwagen? Anders dan onder mijn voorganger gebeurde, wordt nu heel veel in huis uitgewerkt en getekend. Wij hebben immers veel meer kennis van wat nodig is voor een reizend gezelschap dan een extern bureau. De tekeningen die wij maken zijn een soort halffabricaten, de externe ateliers maken de uiteindelijke werktekeningen.’ Eric Blom is als manager productie en techniek verantwoordelijk voor alle technische zaken. ‘Alleen de dansers, het kantoor en het kostuumatelier vallen niet onder mij’, zegt hij kordaat. ‘Ik stuur de 25 technici aan waarmee wij als Nederlands Dans Theater de wereld bestieren. Dat is een enorme uitdaging: we reizen zó intensief en hebben elk seizoen zó veel balletten op het repertoire staan. In het buitenland dansen we regelmatig per avond een ander programma.’

De NDT-vrachtwagen in Kopenhagen.

Bij beiden werd al in hun jeugd het ‘theaterzaadje’ geplant, al stonden ze zelf nooit op het toneel. Joost: ‘Ik was daar als de dood voor, moest er niet aan denken om mee te doen aan schooltoneelstukken of -musicals. Omdat mijn weerstand zó groot was, mocht ik bij hoge uitzondering meehelpen achter de schermen. Ik vond dat meteen geweldig, helaas heeft niemand mij destijds verteld dat je daar ook je geld mee kunt verdienen.’ Eric vermoedt dat zijn belangstelling gewekt is doordat hij in het parochiehuis waar hij als kind woonde – zijn vader was koster – van dichtbij de voorstellingen van de lokale toneelverenigingen zag. ‘Dat waren vaak grote events, met uitgebreide decors, waarvoor de verenigingen een beroep deden op de plaatselijke meubelwinkels.’ Jaren later ging hij ‘zelf aan de slag met licht en geluid’ in een jongerensociëteit in Gouda. ‘En nog weer later in de destijds net geopende Glanszaal van de voormalige garenspinnerij, waar ik met name de techniek deed voor de jeugdproducties.’

Ik vond dat meteen geweldig, helaas heeft niemand mij destijds verteld dat je daar ook je geld mee kunt verdienen.

Joost van Hilten

Manusje van alles
Toch was de overstap naar de professionele theaterwereld nog niet zo vanzelfsprekend. Joost volgde, na een open sollicitatie te hebben gestuurd aan het Decoratelier van (toen nog) Het Muziektheater, het advies op eerst maar eens een opleiding tot meubelmaker te volgen. Eric studeerde bouwkunde en werd na zijn afstuderen inspecteur bouw- en woningtoezicht van de gemeente Reeuwijk. Het bloed kroop echter waar het niet gaan kon. ‘Het Nederlands Jeugdtheater, dat ik nog kende uit Gouda, vroeg mij als technicus. Mijn omgeving begreep niet dat ik daar ‘ja’ tegen zei, hoe kon ik een vaste baan met een goed salaris opgeven voor zo’n onzeker bestaan? Maar het theater trok.’ Al in 1990 maakte hij kennis met de dans: als technicus bij De ballerina, een tijdsbeeld, de afscheidsvoorstelling van Alexandra Radius. ‘Ik heb nog steeds contact met Han en Lex, ben ook jaarlijks nog betrokken bij hun Dansersfonds-gala.’ Kort daarop begon zijn verbintenis met Nederlands Dans Theater: van 1990 tot 1992 was hij belichter van NDT 2 en 3 en van 1995 tot 1999 belichter van NDT 1. Daarna volgde een opmerkelijke ‘break’ in zijn carrière: bijna tien jaar werkte hij voor de gemeente Gouda, waarvan de laatste drie jaar als directeur City Marketing. ‘Dat kwam puur door mijn privésituatie: ik had in anderhalf jaar tijd drie kinderen gekregen en dat viel niet te combineren met het vele reizen bij NDT. Een maand na de geboorte van mijn tweeling vertrok ik voor een lange tournee naar Brazilië: je begrijpt, dat werd thuis niet erg op prijs gesteld.’ Joost kreeg, na zijn opleiding tot meubelmaker, de kans om als manusje van alles mee op tournee te gaan met de Japanse slagwerkgroep Wadaiko Ichiro. Daarna volgden tal van andere theaterklussen, en ook zijn eerste kennismaking met de dans. ‘Ik werkte vaak voor impresariaat Baasbank en Baggerman en zij haalden veel moderne-dansproducties naar Nederland.’ Toch was zijn grote droom op dat moment om te werken voor Dogtroep, een droom die in 1998 uitkwam. ‘Ik ben er begonnen als vrijwilliger en uiteindelijk, op veel te jonge leeftijd, gebombardeerd tot hoofd techniek. Ik ben er door schade en schande wijs geworden.’

Zestig jaar Nederlands Dans Theater. ‘Een niet te bevatten hoeveelheid producties en choreografen.’

Op het scherpst van de snede
Inmiddels werkt Joost alweer vier jaar voor Nederlands Dans Theater. ‘Wat ik aan deze baan geweldig vind, is het zelf creëren. Ik houd ervan om het wiel uit te vinden. Om contact te hebben met ontwerpers en makers en het onmogelijke mogelijk te maken. En dat op het hoogste niveau. Ik kan gerust zonder kromme tenen naar een matige toneelvoorstelling kijken, bij een matige dansvoorstelling vind ik dat moeilijk. Maar wanneer ik dans op het scherpst van de snede zie – zoals bij NDT – kan mij dat echt mateloos ontroeren. Daarbij: ik presteer zelf ook beter wanneer er veel druk op de ketel staat, wanneer ik weet dat er bij elke voorstelling heel veel op het spel staat.’ Eric keerde in 2008 terug op het NDT-nest, ditmaal dus in een leidende functie, als opvolger van de jarenlang aan het gezelschap verbonden Tom Bevoort. ‘De kinderen waren inmiddels wat ouder en bovendien: dit is een kantoorbaan.’ Joost: ‘Al was je pas nog voor NDT in Japan, Dublin, Kopenhagen…’ Eric, schertsend: ‘Ja, maar dat is allemaal toeval.’ Voor Eric vertrekt dans altijd vanuit de muziek. ‘Ik ben daar vaak door geraakt. Na de première van The Hole van Ohad Naharin heb ik meteen de muziek aangeschaft. Daarnaast houd ik van het ‘cleane’ van dans, van de abstractie. Dans vraagt heel veel van je eigen fantasie en inlevingsvermogen, dat fascineert mij, zeker wanneer die dans ook nog eens uitgevoerd wordt door topdansers zoals hier bij NDT.’

Technici in het Zuiderstrandtheater. Foto: Rahi Rezvani

Rauw randje
Hoe anders is het om met dansers in plaats van acteurs te werken? Joost, die na Dogtroep onder meer ook voor Orkater en Toneelgroep Amsterdam werkte: ‘Dansers zijn topsporters. Je merkt dat ze – anders dan acteurs – niet altijd de tijd en ruimte hebben om te zien wat er om hen heen speelt: hoe geluid werkt, hoe een decor tot stand komt.’ Eric: ‘Ja, maar je moet je ook realiseren dat dansers nog hartstikke jong zijn wanneer ze aan hun carrière beginnen. Op hun vijftiende of zestiende reizen ze vaak al naar de andere kant van de wereld om daar onder het ei vandaan te komen. De eerste jaren zijn ze vaak nog verlegen en teruggetrokken, meestal pas tegen de tijd dat ze hier weggaan, heb je als technicus een goed contact met hen.’ Zestig jaar Nederlands Dans Theater betekent voor Eric en Joost vooral ‘een niet te bevatten hoeveelheid producties en héél veel choreografen die we voorbij hebben zien komen’. Eric: ‘Een van de eerste werken die ik bij NDT 2 heb belicht, was Step Lightly van Paul Lightfoot en Sol León uit 1990. Het is geweldig geweest om hun ontwikkeling en groei door al die jaren heen mee te maken.’ Joost: ‘Zij zijn zó vergroeid met het gezelschap. Ze hebben een volledig eigen manier van werken gevonden, waarbij ze gebruikmaken van alle middelen die het theater biedt.’ Eric, spottend: ‘Wat niet betekent dat je ze niet af en toe achter het behang zou willen plakken.’ Joost: ‘Maar dat rauwe randje is ook nodig. Mensen die altijd maar lief en voorkomend zijn, maken nu eenmaal vaak niet de meest spannende creaties.’

Ik houd van het ‘cleane’ van dans, van de abstractie.

Eric Blom
'The Hole' van Ohad Naharin. Foto: Rahi Rezvani

‘Plug and play’-mentaliteit
Over de vraag waar de twee het meest trots op zijn, hoeft Joost geen seconde na te denken. ‘Op The Hole. Bij Batsheva werd deze productie van Ohad Naharin uitgevoerd in een repetitieruimte, waarin aan het plafond een metalen grid was vastgelast. Dat grid speelt een essentiële rol in de choreografie, dus bij Batsheva zagen ze het absoluut niet voor zich dat dit werk überhaupt ergens anders kon worden uitgevoerd, en áls dat al mogelijk was, zou dat volgens de Israëliërs een heel dure grap worden.’ Joost schakelde een civiel ingenieur in en in samenspraak met Internationaal Theater Amsterdam en Parkstad Limburg Theaters in Heerlen – waar The Hole ook te zien was – werd een betaalbare oplossing gevonden. ‘Dat het gelukt is én binnen de tijd gelukt is, was echt geweldig. Ik heb de voorstelling uiteindelijk diverse keren gezien en er heerlijk van genoten, maar het hoogtepunt voor mij was toch absoluut dat we zo’n complexe voorstelling in zo’n korte tijd opgebouwd kregen.’

Eric: ‘Ik ben het meest trots op de kwaliteit van ons technische team. Al die hobbels die ze steeds maar weer glad moeten strijken om alles wat een veeleisend gezelschap als NDT nodig heeft te faciliteren. Je merkt dat ook aan de complimenten van choreografen en theaters die wij altijd weer krijgen. Vooral in het buitenland zijn mensen verbaasd hoe snel wij met veel minder mensen dan internationaal gebruikelijk dingen neerzetten en hoe hoog de kwaliteit daarvan is.’ Joost: ‘‘Bring in the Dutch’ is een gevleugelde uitspraak in het buitenland. En dat geldt niet alleen voor NDT, maar voor de hele Nederlandse entertainmentsector. Als iets niet lukt, haal dan – zo wordt er gedacht – een stel Nederlanders binnen. Die regelen het wel en zonder gezeur.’ Eric: ‘In een groot theaterland als Duitsland is men nauwelijks gewend om met producties op reis te gaan; in de Verenigde Staten heb je voor het aanreiken van één rekwisiet meteen een heel team van rekwisiteurs nodig. Wij Nederlanders hebben, door het voortdurend over de hele wereld reizen, toch een soort ‘plu  and play’-mentaliteit. Niet voor niets zei Ohad Naharin: ‘Als iemand The Hole ‘toerbaar’ kan maken, dan zijn het de technici van NDT’.’

Wat ik aan deze baan geweldig vind, is het zelf creëren.

Joost van Hilten

Dit interview verscheen in het jubileumnummer van Dans Magazine, speciaal gewijd aan het zestigjarig bestaan van Nederlands Dans Theater.