Waarom representatie belangrijk is: in gesprek over rolmodellen van kleur in dans en kunst
Elk jaar tijdens Black Achievement Month eren we voormalige NDT-dansers van kleur die voorbeelden zijn geweest voor vele anderen. Dit jaar vroegen we huidige dansers van NDT, associate choreograaf Jermaine Spivey en D&I-beleidsmaker Prince Credell naar hun rolmodellen binnen én buiten de danswereld. Wie inspireerde hen? En waarom is representatie zo belangrijk voor dansers van kleur?

Prince Credell:
“Representatie en identiteit zijn sterk met elkaar verbonden. Iemand op het podium, op het scherm of binnen de kunstwereld zien die op je lijkt, kan kracht geven. Het voelt als een stille bevestiging: ook ik hoor hier thuis. Voor veel kunstenaars van kleur doen zulke momenten van herkenning meer dan alleen inspireren. Ze geven een gevoel van trots en hoop, en nodigen uit om nieuwe mogelijkheden voor de toekomst te zien én vorm te geven.”

© Alique
Kun je een danser van kleur noemen naar wie je opkeek of die je inspireerde aan het begin van je carrière of in je jeugd?
Demi Bawon, danser NDT 1: “Doordat ik aan het Koninklijk Conservatorium in Amsterdam studeerde, kon ik veel voorstellingen van Het Nationale Ballet zien. Een danser die grote indruk op me maakte en nog steeds een enorme inspiratie voor me is, is Michaela DePrince. Ze kwam oorspronkelijk uit Sierra Leone en groeide uit tot een van de mooiste ballerina’s. De combinatie van kracht, elegantie en precisie die zij bezat, was iets waar de tienjarige ik naar verlangde. En de 26-jarige ik trouwens nog steeds.”

© F. Levieux
Nathanaël Plantier, danser NDT 1: “Toen ik in Frankrijk begon met mijn balletopleiding, zag ik maar zelden dansers van kleur. Een van de weinige mensen die ik gelukkig heb mogen ontmoeten en met wie ik heb mogen werken, is Jean Marie Didière. Hij was jarenlang danser bij het Ballet de l'Opéra national de Paris en geeft nu les in Parijs.
Ik weet nog dat ik na onze eerste ontmoeting naar huis ging en online alle beelden opzocht die ik van hem als danser kon vinden. Een lichaam zien bewegen dat eruitzag zoals het mijne voelde bevrijdend. Wat bijzonder dat ik zoveel mooie momenten met hem heb kunnen delen, zeker als jonge danser.”

Misty Copeland © Carl Quazada
Giovanna Doria, danser NDT 2: “Toen ik met mijn dansopleiding begon, richtte ik me vooral op klassiek ballet. In Europa was het destijds veel moeilijker om zwarte ballerina’s of dansers van kleur te vinden naar wie ik kon opkijken en in wie ik mezelf herkende. Ik denk dat dat invloed heeft gehad op hoe ik naar mezelf keek en op wat ik dacht dat voor mij mogelijk was. Toen ik ouder werd, werd ik nieuwsgieriger. Ik begon me te verdiepen in de geschiedenis van dans en ontdekte moderne en hedendaagse dans. Ik realiseerde me hoeveel er was gecreëerd en ontwikkeld, vooral in Amerika, en hoeveel zwarte kunstenaars een belangrijke rol hebben gespeeld in het vormgeven van de danswereld zoals we die vandaag kennen.
Door me te verdiepen in Katherine Dunham, Pearl Primus, Alvin Ailey en Judith Jamison realiseerde ik me dat deze geschiedenis en deze stemmen er altijd al waren. Ik was er alleen tijdens mijn jeugd niet mee in aanraking gekomen. Later werden ook dansers als Misty Copeland en Michaela DePrince belangrijke voorbeelden voor mij. Hen zien schitteren aan de top, vooral binnen het klassieke ballet, maakte veel indruk, omdat het bestaande ideeën over hoe een ballerina eruit zou moeten zien ter discussie stelde.”

Matthew Rushing © Johan Elber
Jermaine Spivey, associate choreograaf NDT: “Ik zal nooit vergeten hoe het voelde om als kind Michael Jackson te zien dansen. Er werd iets in mij aangewakkerd en mijn lichaam móést bewegen. Naar Michael kijken voelde voor mij een beetje zoals ik me voorstelde dat het was om een Thundercat te zijn, wanneer Lion-O het Sword of Omens gebruikte om het team bijeen te roepen. Zodra die ‘Thundercat Hooooo’ klonk, lieten ze alles vallen en kwamen ze in actie. Dat is kracht. Michael Jackson had een kracht die mij in beweging bracht, net zoals tekenfilms dat deden. Hij prikkelde mijn verbeelding en voor mijn lichaam was dat een oproep tot actie.
Later, toen ik op de middelbare school mijn dansopleiding volgde en daarna aan Juilliard studeerde, ging ik iedere keer als ik Matthew Rushing van Alvin Ailey American Dance Theater live zag optreden vol ongeloof én vastberadenheid het theater uit. Matthew danste en er gebeurden dingen die eigenlijk onmogelijk leken. Hij liet ze gebeuren of nodigde ze uit om te gebeuren. En hij deed dat zo natuurlijk en moeiteloos, maar tegelijkertijd met een enorme precisie en vanuit zijn hele ziel. Voor mijn gevoel liet hij zich door de dans leiden, samen met alles wat voortkwam uit zijn talent, training, passie en toewijding. Ik probeerde me zo goed mogelijk voor te stellen hoe het zou voelen om te dansen als Matthew Rushing:
Om mens te zijn.
Een instrument te zijn.
Hij is zonder twijfel een van mijn grootste inspiratiebronnen in de dans.”
Prince Credell, D&I-beleidsadviseur en voormalig danser NDT 1: “Toen ik jong was en nog in de Verenigde Staten woonde, waren er veel dansers naar wie ik opkeek. Ik wist heel goed dat er dansers van kleur waren die naar het buitenland vertrokken om meer artistieke vrijheid en een inclusievere omgeving te vinden. Ik dacht daarbij aan iconen als Josephine Baker, Nina Simone en James Baldwin, die tijdens hun carrières om vergelijkbare redenen de Verenigde Staten verlieten. De mogelijkheid om in het buitenland, maar ook thuis, naast verschillende mensen te bestaan, hielp mij om mijn eigen droom om op een ander continent te dansen daadwerkelijk voor me te zien en waar te maken.
Ik had het idee dat kunstenaars in de Verenigde Staten moesten worstelen, tenzij ze heel succesvol of beroemd werden. In die fase van mijn leven leek het er voor mij juist op dat dansers in Europa, ongeacht afkomst en andere factoren, over het algemeen werden gezien als gerespecteerde professionals, in plaats van als worstelende kunstenaars die ‘een droom najaagden’. Jean Emile, Desmond Richardson, Matthew Rushing, Carlos Acosta, Demond Hart, Sarita Allen, Bahiya Sayed Gaines, Asha Thomas, Francesca Harper en Alan Barnes zijn maar een aantal van de mensen die mij hebben geïnspireerd.
Naarmate ik ouder werd, werd die lijst alleen maar langer. Ook dansers van mijn eigen generatie bleven me inspireren en doen dat nog steeds.”

Demi Bawon © Rahi Rezvani
Is er op dit moment een persoon van kleur binnen de kunstwereld die jou als danser inspireert?
Demi: “Ik vind het mooi om te zien dat er binnen de mainstream-media steeds meer representatie is van mensen uit Zuidoost-Azië. Zelf heb ik Javaanse roots en het doet me goed dat er eindelijk meer Indonesische kunstenaars de aandacht krijgen die ze verdienen. Toen ik opgroeide vond ik het altijd moeilijk om mensen te vinden die op mij leken. Niet alleen in de dans, maar ook in film, muziek en andere disciplines. Onlangs ontdekte ik de muziekgroep No Na. Voor het eerst hoorde ik de Indonesische taal en cultuur terug in hedendaagse muziek. Het geeft simpelweg vertrouwen om mensen die op je lijken succesvol te zien zijn en tegelijkertijd vol trots hun eigen cultuur uit te dragen. Het helpt mij om die trots ook te laten zien.”
Nathanaël: “Er zijn veel mensen die me inspireren in hoe ik mijn dagelijks leven en mijn werk benader. Ze durven allemaal hun meest kwetsbare kanten te laten zien en geven jonge kunstenaars van kleur een nieuw beeld van wat er mogelijk is: Malick Bodian (fotograaf), Kerry James Marshall (schilder), Sasha Gordon (schilder), Devonté Hynes (muzikant), Pol Taburet (beeldend kunstenaar), Charles Chulem Rousseau (fotograaf) en nog veel, veel meer!”
Giovanna: “Ik vind inspiratie in veel verschillende kunstvormen, maar muziek heeft altijd het dichtst bij me gestaan. Ik ben ermee opgegroeid, vanuit beide kanten van mijn familie: de Afrikaanse en de Italiaanse. Ik raak vooral geïnspireerd door zwarte kunstenaars die voortdurend grenzen hebben verlegd en een eigen taal hebben gecreëerd. Van Miriam Makeba, Nina Simone, Jimi Hendrix en Donna Summer tot Michael Jackson, Whitney Houston en Erykah Badu, en kunstenaars als Lenny Kravitz en FKA twigs. Ze hebben iets gemeen: ze waren nooit bang om volledig zichzelf te zijn. Het zit in hun energie op het podium, in hoe ze dat podium innemen, hoe ze bewegen en hoe ze ervoor zorgen dat het publiek hun aanwezigheid voelt.
Dat probeer ik ook mee te nemen in mijn eigen kunstenaarschap. Ik wil onderzoeken hoe mijn stem onderdeel kan worden van het werk zelf. Niet simpelweg iets uitvoeren, maar er volledig in aanwezig zijn.”

Jermaine Spivey © Sacha Grootjans
Jermaine: “Ik luister ontzettend veel naar muziek. Een artiest naar wie ik altijd en overal kan luisteren is Brandy. Er zit zoveel intentie in haar muziek. Ze zingt niet zomaar. Ze gebruikt haar stem om een heel klanklandschap te creëren waarin het nummer kan bestaan.
Haha! Nu klink ik wel erg dramatisch, maar het is echt zo. Hoe de woorden in de melodie gecombineerd worden, de verschillende lagen van de achtergrondzang, de arrangementen, de productie – alles is bewust gedaan door haar en haar samenwerkingspartners. En dat raakt iets fundamenteels in mij als kunstenaar. Wanneer ik choreografeer, wil ik dat de wereld die we creëren je ergens mee naartoe neemt. De choreografie is essentieel, maar vormt slechts één onderdeel van die wereld. Voor mij gaat het om hoe het choreografische proces zich verhoudt tot de performer, tot alles wat er op het podium gebeurt én tot het publiek.”
Prince: “Virgil Abloh, Tina Campt, Theresa Ruth Howard en Reina ‘Tourmaline’ Gossett zijn grote inspiratiebronnen voor mij. Het zijn multidisciplinaire makers en denkers die delen, creëren, hun mening geven en invloed uitoefenen. Deze kunstenaars inspireren mij door codes te gebruiken om zichtbaar te maken wat binnen de context van de gevestigde kunst vaak over het hoofd wordt gezien. Ik beschouw hen allemaal als sociale kunstenaars en hun manier van werken is van grote invloed op mijn huidige werk.
Hoe verwerk ik deze perspectieven in mijn eigen praktijk? Dat is een moeilijke vraag. Net als de kunstenaars hierboven, die leven of leefden binnen specifieke maatschappelijke systemen en omgevingen, zie ik mijn eigen bestaan als een bewijs daarvan. Vanuit die gedachte blijf ik het werk voortzetten, in de hoop zelf te kunnen delen, creëren en invloed uit te oefenen.”
Waarom is het zo belangrijk om als danser rolmodellen te hebben en hen te eren?
Demi: “Omdat het je het gevoel geeft dat je erbij hoort. Iedereen verdient het om te voelen dat die een plek heeft verdiend door kunstenaarschap, talent en hard werken. Niet vanwege iets anders.
Soms merk ik dat ik mezelf nog steeds afvraag of ik bepaalde rollen heb gekregen vanwege mijn talent of omdat ik binnen een bepaald profiel paste. Rolmodellen hebben die op je lijken en zien dat zij succesvol zijn, kan je helpen om anders naar jezelf te kijken. Hopelijk helpt het je ook om je eigen successen te vieren en echt te geloven: ik hoor hier thuis.”

Nathanaël Plantier © Joris-Jan Bos
Nathanaël: “Ik denk dat de levens van veel mensen van kleur zijn teruggebracht tot beperkte verhalen. Je kunt alleen dit of dat zijn, het één of het ander. Op het moment dat iemand die op jou lijkt een pad kiest waarvan niemand dacht dat het mogelijk was, opent die persoon de weg voor duizenden anderen.
Ik zie het als een wereld die we voortdurend verder moeten verkennen, waarbij iedere individuele reis weer een nieuwe deur opent. Rolmodellen hebben ervoor gezorgd dat ik me gezien, gehoord en geliefd voelde. Ze hielpen me mijn eigen waarde opnieuw te definiëren en me nooit neer te leggen bij wat vooraf voor mij bepaald leek.”

Giovanna Doria © Sacha Grootjans
Giovanna: “Rolmodellen laten zien wat je kunt bereiken en geven je iets om naartoe te werken. Ik denk dat ze je het gevoel geven dat je ergens bij hoort. Voor mij is dat een van de belangrijkste dingen.
Voelen dat er een plek voor je is. Dat je daar mag zijn en ruimte mag innemen, terwijl je volledig jezelf kunt blijven. Je begrijpt dat je deel uitmaakt van iets groters en dat je verder bouwt aan een verhaal dat anderen vóór jou al hebben helpen vormgeven.”
Jermaine: “Ik denk niet dat iemand zich echt voorneemt om een rolmodel te worden. Mensen doen wat ze doen en proberen daarbij zo authentiek mogelijk te leven. Wanneer we hen eren, erkennen we gezamenlijk het belang van passie en doorzettingsvermogen. En het biedt ons de mogelijkheid om dromen zichtbaar te maken voor mensen die misschien niet het voorrecht hebben om in de kracht van dromen te geloven.
Ik heb dankzij dans het enorme geluk gehad om de wereld over te reizen. Daardoor kreeg ik de kans om verder te kijken dan de plek waar ik vandaan kom. Door de jaren heen heb ik geleerd dat mijn familie en vrienden, en zelfs mensen die ik niet persoonlijk ken maar die mij misschien van een afstand volgen, via mij kennismaken met een grotere wereld. Blootstelling aan nieuwe mogelijkheden kan overtuigingen veranderen, en onze overtuigingen beïnvloeden ons gedrag.
Er zit echt een kern van waarheid in het gezegde: ‘Seeing is believing.’”

Carlos Acosta © Gavin Evans
Prince: “Ik denk dat het hebben van rolmodellen, of mensen die we bewonderen, een natuurlijk onderdeel is van het mens-zijn. Zeker als je jong bent. We hebben allemaal die droom nodig.
Ik ben dit initiatief bij NDT begonnen vanuit verbazing. Het verbaasde me dat mensen de indruk hadden dat de eerste dansers van kleur pas relatief recent onderdeel werden van de geschiedenis van NDT. Ik kwam die blinde vlek steeds opnieuw tegen. Dat inspireerde me om aan de hand van archiefmateriaal kennis te delen en collega’s en dansers, de Nederlandse danswereld en de internationale danssector meer inzicht te geven in die geschiedenis. Het uitroepen van de diversiteit die we vandaag hebben bereikt, zonder de geschiedenis volledig te kennen, voelt voor mij ontzettend gefragmenteerd. Daarom hoop ik dat Recentering Narratives een begin kan maken met het corrigeren van een aantal misvattingen. Tegelijkertijd willen we de verdiensten van voormalige en huidige kunstenaars erkennen en hen bij naam noemen, en zo hun aanwezigheid in onze geschiedenis opnieuw bevestigen.”

