Emily Molnar – Tanz interview

coverfoto: Sacha Grootjans

Emily in de studio

Collectief denker

Emily Molnar is sinds 2020 artistiek directeur van Nederlands Dans Theater in Den Haag. Met Hartmut Regitz spreekt ze over hoe ze het internationaal toonaangevende gezelschap vormgeeft voor deze tijd. Emily Molnar has been Artistic Director of Nederlands Dans Theater in The Hague since 2020. She speaks to Hartmut Regitz about shaping a contemporary identity for the world-class company.

Sinds de oprichting in 1959 is Nederlands Dans Theater, kortweg NDT, een belangrijke drijvende kracht achter de ontwikkeling van de dans in Nederland. Het gezelschap kende altijd gerenommeerde artistiek leiders, onder wie Jiří Kylián en Paul Lightfoot. Waar ligt voor jou de focus?

De afgelopen zes jaar heb ik als artistiek directeur van NDT veel nagedacht over wat dit gezelschap kenmerkt, hoe het zich kan blijven ontwikkelen en tegelijkertijd trouw kan blijven aan zijn oorsprong. NDT wordt van oudsher gedreven door vernieuwing, de bereidheid om risico's te nemen en choreografische nieuwsgierigheid. Mijn rol is om die kracht levend te houden, zodat iedere nieuwe generatie kunstenaars er opnieuw betekenis aan kan geven.

Onze focus is steeds meer komen te liggen op onderzoek, ontwikkeling en experiment, om zo ruimte te creëren voor nieuwe manieren van denken over dans. Dat betekent dat we het gezelschap niet alleen zien als een plek waar repertoire wordt uitgevoerd, maar als een creatieve omgeving waarin ideeën gezamenlijk ontstaan, makerschap wordt gedeeld en artistieke identiteit zich kan blijven ontwikkelen.

Een groep dansers beweegt golvend over het podium

© Rahi Rezvani

Welke veranderingen heb je doorgevoerd?

Een belangrijke vraag is hoe een gezelschap met een geschiedenis van 65 jaar ook 65 jaar lang jong kan blijven en de nieuwsgierigheid van een beginner kan behouden, terwijl het tegelijkertijd zijn traditie blijft eren. Het gaat er dus niet om te breken met het verleden, maar om te onderzoeken hoe je dat verleden in het heden kunt bewaren en levend kunt houden.

Die gedachte zie je ook terug in de keuze om afstand te nemen van het model met huischoreografen. Eigenlijk is dat geen breuk, maar juist een terugkeer naar de oorspronkelijke gedachte achter NDT als een plek voor verschillende stemmen. Vanaf het begin werd het gezelschap gevormd door gezamenlijke uitwisseling en choreografische diversiteit. Die principes willen we vandaag bewust opnieuw tot leven brengen.

Anders dan je voorgangers choreografeer je zelf niet en vervul je meer de rol van curator.

De rol van artistiek directeur is sterk veranderd. Aan het begin van mijn carrière werd artistiek leiderschap vaak bepaald door één choreografische signatuur. Tegenwoordig is die rol veel breder en omvat deze artistieke, organisatorische en menselijke aspecten. Om dat goed te kunnen doen, moet je voortdurend aandacht hebben voor al die verschillende gebieden. Het is moeilijk om daarnaast op grote schaal te choreograferen zonder ergens concessies te moeten doen.

Mijn rol is om de artistieke visie van het gezelschap vorm te geven en te realiseren. Dat betekent dat ik het repertoire samenstel, opdrachten geef voor nieuw werk en een programma creëer dat evenwichtig, divers en samenhangend is en tegelijkertijd reageert op de wereld van nu. Daarnaast werk ik nauw samen met dansers, choreografen en het hele NDT-team om het volledige creatieve proces te begeleiden, van studio tot podium.

Toen ik in 2020 bij NDT begon, lag onze focus op het vormgeven van verandering, het opbouwen van vertrouwen en het omgaan met Covid-19. In die eerste jaren kon ik maar weinig tijd in de studio doorbrengen en die afstand voelde ik. Het is voor mij nog altijd ontzettend belangrijk om nauw verbonden te blijven met de dansers. Die nabijheid zorgt ervoor dat mijn artistieke leiderschap geworteld blijft in het werk zelf.

Emily Molnar leunt tegen balustrade in lichte ruimte, portret van artistiek directeur in zwarte kleding.

© Sacha Grootjans

Nieuw is ook dat er met jou een vrouw aan het hoofd van het gezelschap staat. In hoeverre speelt dat een rol?

Ik zou niet zozeer de nadruk leggen op “een vrouw aan de top”, maar meer op hoe leiderschap in het algemeen verandert en hoe we daar invulling aan geven. Voor mij gaat het om de vraag hoe leiderschap binnen een creatief systeem kan functioneren: niet vanuit een hiërarchische top-downstructuur, maar op een meer open en gezamenlijke manier.

Dat betekent aanwezig zijn in de studio en voortdurend in gesprek blijven met kunstenaars en teams. Het proces wordt daarmee net zo belangrijk als het eindresultaat. Daar ontstaat het denken, daar krijgen samenwerking en artistieke taal vorm. Nieuwsgierigheid is daarin essentieel: je moet open blijven, onzekerheid kunnen toelaten en accepteren dat die ook onderdeel kan zijn van beslissingen.

Tegelijkertijd is het nodig om leiderschapsposities diverser in te vullen en ruimte te maken voor meer verschillende stemmen, waaronder meer vrouwelijke artistiek leiders. Daar zet ik me voor in.

Dankzij de huischoreografen die al voor je komst aan NDT verbonden waren, Marco Goecke en Crystal Pite, is er ook sprake van continuïteit.

Sinds 2020 hebben meer dan dertig dansmakers hun choreografische debuut bij NDT gemaakt. Tegelijkertijd onderhouden we langdurige relaties met Associate Choreographers Crystal Pite en Marco Goecke en met verschillende andere gevestigde kunstenaars. Die balans tussen continuïteit en ontwikkeling geeft het gezelschap de mogelijkheid om de diepte in te gaan en tegelijkertijd open en wendbaar te blijven.

Ik ben daarnaast ontzettend enthousiast dat we onze groep Associate Choreographers hebben uitgebreid met Marcos Morau, Jermaine Spivey en Imre & Marne van Opstal.

Staande danser met open mond en gebaren boven samengebald ensemble

© Rahi Rezvani

Wat beweegt je ertoe om met een choreograaf te gaan werken? Beslis je dat alleen?

Ik ben voortdurend in gesprek met kunstenaars. Ideeën ontstaan door hun werk te zien, door processen in de studio en door relaties die zich in de loop van de tijd ontwikkelen. De keuze voor een choreograaf is altijd een weloverwogen en bewust proces.

Ik zoek kunstenaars met een uitgesproken choreografische signatuur, die hun vak beheersen, bereid zijn risico's te nemen en ruim durven te denken. Ik voel me aangetrokken tot mensen die iets urgents te vertellen hebben, die het lichaam zien als een plek voor onderzoek en expressie, die bestaande vormen bevragen en samen met het gezelschap nieuw terrein willen verkennen.

Minstens zo belangrijk is hoe iemand bij NDT past: hoe het denken van een kunstenaar zich verhoudt tot onze waarden en artistieke koers, hoe open iemand staat voor experiment en hoe goed iemand kan samenwerken. Mijn doel is om gevestigde en nieuwe stemmen met uiteenlopende achtergronden en choreografische talen samen te brengen, zodat ons repertoire zowel contrast als breedte laat zien.

Hoe heeft het choreografische landschap van NDT zich ontwikkeld?

De afgelopen zes jaar hebben we niet alleen duurzame relaties opgebouwd met kunstenaars als Sharon Eyal, Ohad Naharin, Gabriela Carrizo en Hofesh Shechter en William Forsythe opnieuw bij NDT verwelkomd, maar ook een hele reeks nieuwe dansmakers geïntroduceerd, onder wie Christos Papadopoulos, Jan Martens, Marcos Morau, Noé Soulier en Tao Ye. Ze hebben allemaal een heel eigen taal, maar nog belangrijker is dat ze ons artistieke landschap verbreden en verdiepen.

Iets uitproberen betekent een risico nemen. En dat pakt niet altijd goed uit. Niet iedere samenwerking wordt even goed ontvangen. Dat hoort bij een gezelschap waarin creatie centraal staat. Bij NDT zijn risico's niet de uitzondering, maar maken ze onderdeel uit van de manier waarop we werken. Werk kan zich bij ons in het moment ontwikkelen.

Die benadering geldt ook voor artistieke uitwisseling en nieuwe samenwerkingen, die eveneens centraal staan in de koers van het gezelschap. Figures in Extinction, dat we samen met Crystal Pite, Simon McBurney en Complicité creëerden, is daar een voorbeeld van. Het ontstond over een periode van vier jaar, heeft een sterke ecologische urgentie en kreeg internationaal veel aandacht. Ook Sharon Eyals nieuwe versie van Into the Hairy, uitgebreid met dansers van NDT 1 en S-E-D, laat zien wat er mogelijk wordt wanneer verschillende artistieke werelden langdurig met elkaar in gesprek gaan.

Duet met ingewikkelde lift, gespannen lijnen en vertrouwen in een krachtige partnering-sequentie

© Rahi Rezvani

Als we het hebben over ontwikkeling en ondersteuning: hoe zit het met de persoonlijke ontwikkeling en het potentieel van de dansers?

Een belangrijk onderdeel daarvan is het creëren van ontwikkelpaden voor danskunstenaars in verschillende fases van hun carrière. Met initiatieven als het Up & Coming Lab en Micro Residencies hebben we omgevingen gecreëerd waarin onderzoek en experiment belangrijker zijn dan snel resultaat boeken.

Die trajecten bestaan inmiddels uit allerlei vormen, van labs en middelgrote en grootschalige producties tot locatieprojecten en digitaal werk. Zo kunnen ideeën zich ontwikkelen onder de omstandigheden die ze nodig hebben.

Kunstenaars ondersteunen betekent vooral goed luisteren: wat heeft dit specifieke idee nodig? In welke omgeving kan het het beste groeien? Het betekent ook dat we dansers binnen het gezelschap ondersteunen die geïnteresseerd zijn in choreografie en dat we naast gevestigde kunstenaars ook nieuwe stemmen stimuleren. We hebben een interne scoutingcommissie en een open platform waar kunstenaars hun werk kunnen voorstellen en in contact kunnen komen met het gezelschap.

Hoe gaan de traditie van NDT en vernieuwing tegen deze achtergrond samen?

Ons werk staat in verbinding met de erfenis van NDT. We blijven bijvoorbeeld werk van Jiří Kylián dansen omdat zijn nalatenschap een levende taal is, die door nieuwe dansers opnieuw kan worden geïnterpreteerd en door nieuw publiek met andere ogen kan worden bekeken.

Het gaat ons niet om het bewaren van iets zoals het ooit was, maar om continuïteit door ontwikkeling. We willen de eigenheid van het gezelschap behouden en tegelijkertijd vruchtbare grond creëren voor nieuwe artistieke ontwikkelingen.

Danser op tenen met gebogen rug en geheven arm, sterk zijlicht op donker podium.

© Rahi Rezvani

Ik kom niet uit de institutionele omgeving van NDT en juist dat perspectief van buitenaf is belangrijk. Kort gezegd begon ik als danser bij het National Ballet of Canada en werkte ik daarna nauw samen met William Forsythe bij Ballett Frankfurt. Dat heb ik ervaren als een inspirerende omgeving waarin voortdurend ruimte was voor onderzoek.

Later werkte ik jarenlang als freelance danser en choreograaf. Daarna gaf ik leiding aan Ballet BC, waar ik het gezelschap opnieuw positioneerde als een drijvende kracht voor vernieuwing, meer dan 45 nieuwe werken in opdracht gaf en werkte aan de internationale positie van het gezelschap.

Al die ervaringen bepalen nog steeds hoe ik vandaag naar NDT kijk: als een levend organisme en niet als een vaststaande structuur.

Tijdens de pandemie begon NDT met streamen. Waar andere gezelschappen daar inmiddels weer mee zijn gestopt, doet NDT dat nog steeds regelmatig. Wat zijn jullie ervaringen?

De uitbreiding van ons digitale aanbod via streaming is tijdens mijn tijd bij NDT een belangrijke ontwikkeling geweest. Wat tijdens de pandemie begon, is inmiddels een vast onderdeel van onze artistieke programmering geworden.

We zijn blijven streamen, niet als vervanging van livevoorstellingen, maar als uitbreiding daarvan: als een extra ruimte waarin choreografie op een andere manier en wereldwijd kan worden ervaren.

Heeft dat geen invloed gehad op de kaartverkoop voor livevoorstellingen?

De bezoekersaantallen van onze livevoorstellingen hebben daar niet onder geleden. Eerder het tegenovergestelde: we hebben nieuwsgierigheid gewekt. Mensen die een werk eerst digitaal leren kennen, komen het daarna vaak live bekijken. Andersom gebeurt hetzelfde. Mensen die een voorstelling live hebben gezien, willen die vaak nog een keer digitaal bekijken om het werk vanuit andere perspectieven te zien en details te ontdekken die vanuit de zaal soms moeilijker zichtbaar zijn.

Tegelijkertijd bereiken we met streaming natuurlijk ook mensen die nooit persoonlijk naar een voorstelling zouden kunnen komen, bijvoorbeeld vanwege de afstand of de kosten. Zo bekeken vergroot streaming ons publiek eerder dan dat het dit verdeelt. Ook heeft het onze geografische reikwijdte aanzienlijk vergroot: inmiddels bereiken we meer dan honderd landen.

Persoon sleept lichaam over toneelvloer terwijl een ander achterover in een stoel hangt

© Rahi Rezvani

Die criteria zijn zowel artistiek als praktisch. Niet ieder werk is geschikt voor de camera en niet iedere choreografie laat zich op een betekenisvolle manier vertalen naar een digitaal format. Daarnaast spelen rechten en contractuele afspraken met bepaalde kunstenaars een rol. Iedere beslissing wordt daarom gezamenlijk genomen.

In de loop der jaren hebben we een gespecialiseerd team opgebouwd dat zich richt op digitale registratie en verspreiding. Zo zorgen we ervoor dat digitaal geen losstaand extraatje is, maar een wezenlijk onderdeel van onze visie. Financieel gezien is streaming nooit bedoeld geweest als belangrijke inkomstenbron. De waarde ervan zit in toegankelijkheid en in het opbouwen van relaties met nieuw publiek over de hele wereld.

NDT bestaat nog altijd uit NDT 1 en het jonger gezelschap NDT 2, hoewel het qua programmering soms lastig is om onderscheid tussen beide te maken.

Binnen de structuur van het gezelschap zijn NDT 1 en NDT 2 nog altijd met elkaar verbonden, maar tegelijkertijd zijn het twee verschillende artistieke omgevingen. NDT 1 werkt met meer ervaren dansers, terwijl NDT 2 ruimte biedt aan jonge dansers die hun eigen artistieke stem nog aan het ontdekken zijn. Ze vertegenwoordigen daarmee verschillende fases in de artistieke ontwikkeling van een danser.

Discover NDT